Terug naar de perspagina.

Stormachtige wind stelt Wampexers op de proef

Regen, onweer en een stormachtige wind, de weergoden waren de Wampex dit jaar maar matig gezind. Omdat de organisatie er opnieuw in geslaagd was tal van moeilijke opdrachten te verzinnen, kregen de deelnemers het zwaar voor de kiezen. Het best tegen alle ontberingen bestand waren Niels Leijen, Jan Zijm, Jan Dirk Vermeulen en Pieter Jan Kooger, die zaterdagmiddag na de vier blokken 477 punten hadden verzameld. Dat waren er zeven meer dan titelverdedigers Koos Tjepkema, PeterJan Geus, Piet Kooiman en Kees Schuijl, die ditmaal op de tweede plaats eindigden. Voor zover bekend volbracht iedereen de tocht. Elke editie van de Weekend Amfibische Expeditie - beter bekend als Wampex - heeft zijn verhaal. Vorig jaar ging dat over de groep die na een interne ruzie en een fikse achterstand samenspande met de concurrentie en alsnog met de overwinning aan de haal ging. Nu was de harde wind gespreksonderwerp nummer één. Al direct bij de start, vrijdagavond om zeven uur in de kantine van Texel'94, kregen de deelnemers te maken met deze extra handicap. Er stond een harde wind, die vooral het fietsen tot een lastige opgave maakte. Omdat het grootste deel van het blok zich in Den Burg afspeelde, was de eerste aanslag op de conditie van de Wampexers echter de minste van het hele evenement.

Maar daarna werd de beproeving allengs zwaarder. Na een koffiepauze in de schuur van Dick Kikkert in de Hemmer ging het richting Den Hoorn, dat nu eenmaal een kleinere bebouwde kom heeft dan Den Burg, waardoor veel onderdelen in de (wijde) omgeving plaatsvonden. De deelnemers moesten flink op de pedalen, zeker wanneer ze de pech hadden dat opdrachten ver uit elkaar lagen. Zo waren er die van de schuur van Kikkert naar camping Loodsmansduin moesten, daarna naar een sloot aan de Westerweg tussen de Fonteinsweg en de Bakkenweg en vervolgens naar een waterpartij nabij boerderij De Kroontjes, terwijl hen na een tussenstop in Den Hoorn ook nog een tocht wachtte naar de ingang van De Bollekamer aan het Hoornderslag. De wind trok in dit blok flink aan, zeker tijde ns de felle buien die zich geregeld voordeden. Een tijd lang dreigde onweer roet in het eten te gooien. De organisatie liet de keuze aan de deelnemers zelf, maar niemand staakte ook daadwerkelijk de strijd, al waren er die onderweg wel met die gedachte speelden. Eventjes volgden de bliksemflitsen elkaar in hoog tempo op, maar ten slotte dreef de bui over en bleef alleen de wind.

Na een korte nachtrust in de sportzaal van de Joost Dourleinkazerne bleek de wind nog harder te blazen. Een dilemma voor de organisatie, die in samenwerking met de mariniers had bepaald dat de Wampexers in achtpersoonsrubberboten de Mokbaai moesten oversteken. Na overleg met kapitein Peter de Vreng, die de leiding van de 'operatie' in handen had, werd besloten door te zetten. 'De kapitein had ons verzekerd dat als er iemand overboord mocht slaan, ze zo'n persoon uit het water zouden hebben voordat-ie ook maar één slag had gezwommen', motiveert organisatielid André van der Vliet het besluit. Het risico leek inderdaad niet al te groot. Alle deelnemers werden voorzien van een reddingvest, terwijl mariniers in zes snelle motorboten om de deelnemers heen cirkelden. Een pleziertochtje werd het echter niet. Zodra ze in het water lagen, werden de rubberbootjes een speelbal van de golven. De inzittenden hadden de opdracht koers te zetten richting de veerhaven, om op het aangrenzende strandje aan land te gaan. Maar hoewel ze uit alle macht aan het roeien sloegen, lukte het nauwelijks om de goede richting te bepalen. Een probleem extra vormde de landing. De golven stonden loodrecht op de kant, terwijl het strandje onder water stond. Geen enkele deelnemer slaagde er daardoor in zonder nat pak voet aan wal te zetten. Ondertussen had de leiding besloten de anderen niet meer te laten starten. Een deel van de Wampexers werd per landingboot overgezet - wat door de hoge golven evenmin een onverdeeld genoegen was -, voor de rest reed een bus. Ondertussen begon bij de dappere varensgezellen uit de rubberboten door te dringen dat ze iets bijzonders hadden meegemaakt. 'Op de lichtkrant van de Teso konden we zien hoe hard het woei. Het schommelde steeds tussen kracht zeven en acht. Maar er zaten ook uitschieters naar negen bij en één keer woei het zelfs tien', vertelde naderhand Bram Brouwer, die een groep vormde samen met Bert Huisman, Peter Wetsteen en Annemiek van Beek.

Vervolgens werd iedereen per bus naar de Krassekeet nabij de molen van Het Noorden gebracht, voor een blok dat zich in en rond Oosterend afspeelde.

Opnieuw werd heel wat gevraagd van de fietskwaliteiten van de deelnemers. Gelukkig voor hen moesten toch nog heel wat opdrachten worden gedaan in Oosterend zelf. Pas na de laatste koffiestop op boerderij De Fan van de familie Hin aan de Nesweg nam de wind wat af. Maar windstil werd het allerminst, terwijl ook in en rond Oudeschild weer heel wat kilometers moesten worden gefietst, op een moment dat de vermoeidheid danig begon toe te slaan. Eenmaal in manege Akenburg - het eindpunt -, die rond half vijf werd bereikt, zonk iedereen ogenblikkelijk neer op één van de bankjes, terwijl hun familieleden een versnapering haalden.

Ondanks alle ontberingen waren de meeste Wampexers goed te spreken over de tweeëntwintigste editie, die net als in voorgaande jaren naast fysieke kwaliteit ook veel kennis van Texel, zicht op de cryptische omschrijvingen en tactisch vermogen vroeg. Veel waardering bestond voor het gezelschap dat zich Kwapsma noemt en waarvan de vaste kern al sinds de allereerste keer de organisatie vormt. De opdrachten liepen zeer uiteen. Zo moest in de Oudheidkamer in de geest van de achttiende-eeuwse Aagje Luytsen met ganzenveer een liefdesbrief worden geschreven. Daarbij het ging het er niet alleen om zoveel mogelijk haar stijl te imiteren, maar ook het krullend handschrift uit die tijd. Kunstzinnig van een heel andere aard was de opdracht om een zelf gemaakt kunstwerk te plaatsen op de sokkel in de vijver van de Elemert, 'de bron van de Noordhaffelder Ee'. Een koude opgave, want het ongeveer tien graden warme water is er ongeveer 1,60 meter diep, zodat de deelnemers uit de kleren moesten. In De Lindeboom moesten biertjes worden getapt, bij zwembad Molenkoog werd jeu de boules gespeeld, op de Vaargeul jureerde Erna Tromp herfststukjes en een combinatie van letters op het Piet Wittepad, het Cees en Toos Maaspad, het Slijplein en in de Zijlstraat leidden naar de Aldi. Veel respect kregen de Wampexers voor de werknemers van sociale werkplaats De Bolder, want het maken van vier schepnetten - één door ieder lid van de groep - leek een stuk makkelijker dan het was.

Het blok rond Den Hoorn was nogal specialistisch, omdat veel kennis nodig was van de lokale geschiedenis. Zo werd gevraagd waar het water van het Fonteintje in 1290 in de Kerke Ee stroomde en waar het zandpad liep waarover de Hoornder boeren honderd jaar geleden hun schapen naar het dorp verweidden. Maar ook moest worden gevaren over een water bij De Kroontjes, waar tot 1910 een watermolen stond. Geïnspireerd door een haiku van Piet Schneider werden de deelnemers uitgedaagd een gedicht te schrijven met een 'smoes' waarom ze zo laat waren en met een geo-driehoek moest worden gemeten hoe ver de kerktoren uit het lood staat. Ten behoeve van een zelfbedachte actie moesten tenminste dertig handtekeningen worden opgehaald. De meeste punten kende de jury toe aan de groep die voorstelde het nogal 'officiële' stemgeluid dat uit de omroepinstallatie op de Texelse boot klinkt te vervangen door het onmiskenbaar Texelse van Ellie Kortenhoeven

In Oosterend werd onder meer een bezoek gebracht aan de rioolzuiveringsinstallatie, kanogevaren bij de Zwinweg en moesten diverse soorten koffie worden herkend in een koffieshop. Eén van de hoogtepunten was het bijwonen van een les van een ouderwets strenge onderwijzer (Maarten Mulder), die zijn leerlingen (onder wie Marcel Wernand) vertelde dat men door onaneren verweking van de ruggenmerg oploopt. De geplande 'Strijd om de man en vrouw', vroeger een populair gezelschapsspel in Den Hoorn, moest worden afgelast wegens de bij de Mokbaai opgelopen vertraging. Buiten het programma viel de zeehond, die op het wad bij de Krassekeet werd gevonden. Het verzwakte beestje had geluk, want één van de leden van de groep die het zag was zeehondenverzorger Salko de Wolf. Het dier werd afgevoerd naar EcoMare, waar dierenarts Loek van Vliet constateerde dat het met vijftien kilo aan de lichte kant was, maar dat de gezondheid redelijk was. Wampex, zoals het vrouwtje inmiddels is gedoopt, wordt als alles goed gaat komend voorjaar weer losgelaten.

De uiteenlopende laatste loodjes in Oudeschild bestonden onder meer uit het herkennen van kamerplanten, het fabriceren bij de asfaltmolen van een draaiend mechaniek dat zoveel mogelijk herrie maakte, het stapelen van bierkratjes en het oversteken van een sloot bij de boerderij van Ineke Hin aan de Ottersaat. Een attractie op zich vormde de rustpauze op de Mok. Die was hartelijk - dertien min of meer vrijwillig aanwezige mariniers zorgden voor de gastvrijheid -, maar zeer militair. Zo werden de burgers na een uiterst korte nachtrust op niet mis te verstane wijze bevolen op te staan uit hun slaapzak en hun spullen naar de vrachtwagens te brengen. De bevelen werden enigszins besmuikt aangehoord. Een Wampexer beschikt van nature immers over een behoorlijke hoeveelheid discipline, omdat hij anders de zware tocht niet kan volbrengen, maar is tegelijkertijd nogal eigengereid en zeker niet gewend om zomaar te doen wat een ander zegt. De strijd om de eerste plaats was spannend. Hoge ogen gooide al snel de groep van Pieter Jan Kooger, Niels Leijen, Jan Dirk Vermeulen en Jan Zijm. Het eerste blok, waarin ze als zevende eindigden, verliep niet helemaal naar wens. Maar daarna ging het crescendo. Het tweede blok werd afgesloten met een eerste plaats en het derde met een tweede. Met een kleine achterstand was op dat moment alles nog mogelijk. 'Nog steeds waren we niet bloedfanatiek. Zo zitten we niet in elkaar. Maar als je kans maakt op de overwinning, dan ga je vanzelf een tandje harder', kijkt Leijen terug. In het laatste blok zat alles mee. 'Toen we de laatste opdracht kregen, dacht ik zelfs: hé, nu al... Natuurlijk waren we wel moe, maar in andere jaren ging het in het laatste blok juist mis. Van de groepen uit de kop waren we nu de enige die geen noodbrief hoefden open te maken. En de rode draad (het herkennen van foto's van verkoopstalletjes aan de weg, red.) lukte ook eens een keer.' De groep is een stabiele factor in de Wampex, zij het dat ook Bert de Ridder wel eens meedoet en Kooger en Vermeulen vorig jaar wegens een uitje met hun werk werden vervangen door Erik Kalverboer en Leijens broer Norbert. 'Maar er is een vaste kern die steeds meedoet. Dit was mijn zesde Wampex, voor Pieter Jan was het de tiende keer. Het gaat meestal vrij aardig. We zijn al een keer derde geweest en een keer zevende. Als je begint, wil je zo hoog mogelijk eindigen. Maar niet ten koste van alles. We hebben nooit ruzie. Op z'n hoogst corrigeren we eens iemand die wél fanatiek wordt. Het moet wel leuk blijven.'

Foto's 2002