Terug naar de perspagina.

Knippen, paaldansen en grasmaaien bij Wampex

28 oktober 2003

Het kaalscheren van Nanning Kikkert maakte volgens teamgenoot Wally van Beek het verschil. Kikkert kaal en het team voldoende punten voor de eindoverwinning in de 24ste Wampex. Bijna twintig uur lang waren 135 deelnemers in de weer om al puzzelend van de ene naar de andere plek op het eiland te komen, terwijl diverse extreme, absurde en vooral originele opdrachten moesten worden uitgevoerd. ‘Je gaat een grens over en doet dingen die je anders niet doet.’

‘Ze zeggen dat de gemeente ons dankbaar zal zijn, nou mijn rug is dat niet’, zegt Ed Witte. In het donker heeft hij net met nat zand over het strand bij Kogerstrand lopen sjouwen. Met de blote handen een zandsuppletie aanbrengen is één van de onderdelen uit het eerste van de vier blokken waarin de Wampex is opgedeeld. Bij de vloedlijn moeten de deelnemers zand in een kruiwagen scheppen, naar de voet van de duinenrij kruien en daar in speciekuipen storten. Als vijf kuipen vol zijn, is de opdracht voltooid. ‘Het zeewater is lekker’, zegt teamgenote Marjan Hogerheijde, terwijl ze zich afdroogt, ‘maar ik heb geen gevoel meer in mijn voeten.’

Vierendertig ploegen beginnen vrijdagavond om 19.00 uur aan de 24ste Wampex, nadat Willem Beerling in de kantine van Texel’94 het nummer Hotel California van The Eagles heeft gespeeld. En masse begeven de deelnemers zich naar Residentie Californië aan de Californiëweg waar de eerste opdrachten worden uitgedeeld. De regenbui die onderweg valt, blijkt geen voorbode van ‘echt Wampex-weer’ te worden. Het grootste gedeelte van de expeditie blijft het droog. Wel is het pikkedonker doordat er geen maan staat.

De groepen krijgen dit jaar voor het eerst geen noodbrieven mee. Mobiele telefoons, die in voorgaande jaren vaak al clandestien werden meegenomen, zijn nu verplicht. Het organiserende Kwapsma hoeft daardoor geen noodbrieven meer in elkaar te zetten en heeft meteen het gebruik van de mobiele telefoon gelegaliseerd. Komt een groep er niet meer uit, dan kunnen ze, mét aftrek van punten, bellen voor de oplossing. Per blok is volgens André van der Vliet van de organisatie ongeveer tien tot vijftien keer gebeld. ‘Vaak hoorde je dan gevloek op de achtergrond, omdat ze het toch goed hadden ingeschat, maar niet zeker wisten. En er werd natuurlijk ook veel met het thuisfront gebeld. Een deelneemster heeft bijna de hele tijd een online verbinding met haar moeder gehad. En er waren groepen die via het mobieltje met elkaar samenwerkten.’ Elk team krijgt een eigen wachtwoord om zich te identificeren. Van tevoren wordt ze op het hart gedrukt dat niet in handen van andere groepen te laten vallen.

De meest in het oog springende opdracht in het eerste blok is het paaldansen in café De Wijsneus in De Koog. Hoe meer kleren uitgaan, hoe meer punten de jury uitdeelt. Bij een aantal groepen gaat, onder gejoel van het publiek, alles uit. Frans Hopman, Daan van Sijp, Antoine Kersten en Walter Oskam gaan tot hun ondergoed. De kledingstukken vliegen links en rechts door de zaal. ‘De Wampex zorgt er toch voor dat je een grens over gaat en dingen doet die je anders niet snel zou doen’, zegt Hopman. Van Sijp meldt dat het waarschijnlijk wel de eerste en de laatste keer is dat hij een dergelijke voorstelling in het openbaar geeft. ‘Ik kom hier maandelijks’, zegt Lucas Tijssen van een ander team droogjes. ‘Nee, dit was de eerste keer dat ik dit deed, maar het is wel een schitterende ervaring. En het is makkelijker dan het scheppen van dat zand.’

Het team van Edwin van Egmond, Rossano Marci, Bram Fey en Bart Witte komt pas in de loop van de avond aan de eerste opdracht toe. Zij schatten hun eerste opdracht, waarbij een plaatje van de vuurtoren van Ameland in het spel is, volledig verkeerd in. Bedoeling is dat ze achterhalen dat de Amelandse vuurtoren Bornrif heet en dat ze dus naar manege Nieuw Bornrif aan het Mienterglop moeten. In plaats daarvan fietsen de vier naar de vuurtoren in De Cocksdorp om er daar achter te komen dat ze weer terug moeten naar De Koog. Ook Bram Brouwer, bewoner van Nieuw Bornrif, heeft moeite met de opdracht. Als hij via de telefoon de organisatie te hulp roept, hoort hij dat hij naar zijn eigen huis moet gaan.

Bij de manege krijgen de deelnemers vijf lucifers, waarmee ze een stevig blok hout in de brand moeten steken. Veel groepen maken gebruik van de verplicht meegenomen zaag om inkepingen in het hout te zagen. Met behulp van takjes, stro en ander brandbaar spul worden kleine vuurtjes brandende gehouden. ‘De dames waren in het voordeel’, vertelt begeleider Rudolf Weijers. ‘Die rolden meegebrachte tampons uit elkaar, zodat ze een flinke bol watten hadden die kon branden. En een groep was zo slim om het grootste deel van de bovenkant van het blok weg te zagen. Die hielden alleen een klein puntje over dat zo brandde.’ Meegebrachte gemeentegidsen die in het vuur gaan, blijken niet echt goed te branden. Een groep heeft een kaars bij zich, waardoor ze het houtblok ook snel in de brand hebben. Een overhemd strijken in wasserij Wassis onder toeziend oog van een twee dames in folklore, vlinders herkennen op het natuurpad voor mindervaliden, een ingewikkelde fietstocht van een vakantievierende familie oplossen en met een lint van zestig meter een ‘huis met een kruisje’ leggen zijn andere opdrachten in het eerste blok.

Een aantal keer is een beroep op internet noodzakelijk. Om bij Wassis te komen, moet een nummer van de groep Travassi worden gedownload van de Wampex-website en in het tweede blok verwijst een foto op internet naar de vissteiger bij de Rogsloot. Nadat bij de varkensschuur van Marcel Wijtten, waar rond twaalf uur de eerste tussenstop wordt gemaakt, de nieuwe opdrachten zijn uitgedeeld, worden meteen diverse thuisfronten gebeld om op internet te zoeken.

Bij de vissteiger ligt een vlot klaar, waarmee de ploegen naar overkant varen. Daar moeten ze een stuk door het veld struinen om vervolgens met een tweede vlot achter café De Rog uit te komen. Doordat het lang duurt voordat het vlot terug is bij vissteiger, moeten groepen soms lang wachten. In De Rog staat het speulen van een Ouwe Sunderklaasvoorstelling op het programma. Onderwerpen zijn het Hanenhuus, de zendmast, de brandstichter van De Cocksdorp, de coupures bij de rotonde en de perikelen rond het nieuwe bedrijventerrein in De Cocksdorp. De Bowema’s (Marcel Wernand en Douwe Kuipers) jureren. Het Hanenhuus en de zendmast zijn de meest gespeelde onderwerpen. De teams uit De Cocksdorp leggen zich toe op het speulen van de brandstichter. De Bowema’s geven na afloop gesigneerde eieren mee, die zorgvuldig worden bewaard. Op het eind blijkt pas dat de eieren nergens meer voor nodig waren.

Marijke Stark heeft pech bij het nachtgolfen met verlichte balletjes in het duingebied langs de Krimweg. Een van haar teamleden mist de bal, maar raakt Stark vol onder haar linkeroog. Ze houdt er een flinke blauwe plek aan over. ‘Het was wel goed gemikt’, zegt ze achteraf lachend. ‘Het was precies onder mijn bril. Maar ze wilden me natuurlijk gewoon uit het team hebben.’ Het ongelukje weerhoudt haar er niet van de Wampex te voltooien. Dirk Eelman, met zijn 65 jaar de oudste deelnemer, laat zich evenmin kennen. ‘Ik heb wat last van mijn heup. Dat komt door dat lopen in de duinen, maar verder gaat het prima’, vertelt hij, terwijl hij met zijn teamgenoten midden in de nacht bij de vissteiger staat te wachten. ‘Op mijn zestigste heb ik wel eens gezegd dat ik ermee zou stoppen, maar ik doe nog steeds mee.’

Hoe belangrijk de punten zijn blijkt bij de post van Theo Hin en Erik Bakker aan de Krimweg nabij de Slufter. De heren hebben in hun keet erwtensoep in de aanbieding en menig deelnemer heeft daar wel trek in. De soep kunnen ze echter pas krijgen als ze van de keet in het pikkedonker naar een post van Klaas van der Duim en Adri Westerlaken op de Palenbol zijn gelopen. Het enige wat ze hoeven doen is een koers van 195 graden aanhouden en 783 meter lopen. Als na een barre tocht door kreken en ruigte de erwtensoep weer te ruiken is, krijgen de deelnemers te horen dat per kop wel een punt moet worden ingeleverd. De trek is meteen weg. ‘Verzuip maar in je erwtensoep’, klinkt het buiten als de zoveelste deelnemer ontstemd de keet verlaat. ‘We hadden twintig liter gemaakt en hebben nog zo’n negentieneneenhalve liter over’, vertelt Bakker. ‘Maar twee groepen hebben soep genomen. In een groep deden ze met zijn tweeën één kop.’ Hin: ‘Ze verdommen het gewoon. Die punten zijn veel te belangrijk voor ze.’ Hin en Bakker hebben dikke schik. ‘Misschien moeten we volgend jaar maar gaan gourmetten of zo’, filosoferen ze hardop.

Het tweede blok blijkt pittig. De meeste groepen komen niet toe aan alle opdrachten. Ook hebben sommigen pech. De groep van Selma de Koning, Sandra Rouwenhorst, Cees Daalder en Marcel Winder komt vast te zitten op de Rogsloot bij de oversteek naar De Rog. ‘We hebben het touw moeten doorsnijden om los te komen’, vertelt Winder. ‘We balen er wel van, vooral omdat er niemand bij dat onderdeel stond.’ De Kiekendief is het eindpunt. Een hal met bijna honderdvijftig paar schoenen kondigt aan dat het druk is. Binnen wordt chili con carne geserveerd en in het eerder dit jaar geopende kinderspeelparadijs kan twee uurtjes worden gerust. In, op en rond de speeltoestellen is het rond half vijf een kluwen van Wampexers die zich in de slaapzak rollen.

De groep van Joost Albers, Otto Goënga, Menno Goënga en Rien Brouwer staat zaterdagochtend bij het begin van het derde blok op kop. Het team verspeelt echter zijn voorsprong en ook de kans op de overwinning door bij Ora et Labora aan de Zaandammerdijk bewust de wateropdracht over het Eierlandsche Kanaal te laten schieten. Het resultaat is dat ze bijna een uur voor tijd al klaar zijn met de etappe. Alle deelnemers weten het blok op tijd af te ronden. Frans Hopman, Antoine Kersten, Walter Oskam en Daan van Sijp staan tot hun eigen verrassing bovenaan na het derde blok. Dat Hopman en Kersten eerder onbedoeld een bad hebben genomen in het Eierlandsche Kanaal doet daar niks aan af.

Met autobanden en planken moeten de deelnemers bij Ora et Labora het water oversteken om een ballon op te halen. ‘Ik vraag me nu wel eens af wie ons heeft opgegeven en dan bedenk ik me dat ik het zelf was’, zegt Jonna Zijm als zij en Eva de Graaf koud en wel weer op het droge staan. Samen met Carst Komdeur en Martin Splinter doen ze voor de eerste keer mee. De eerste ontberingen hebben inmiddels toegeslagen. Zijm: ‘Ik heb pijn aan mijn kont van het fietsen.’ De Graaf: ‘We hebben tandems. Die hebben een ander zadel en ook geen versnelling. Maar het is erg leuk om te doen.’ Bij het team dat voor niks naar de vuurtoren fietste, laat Bram Fey zich vervangen door Carlo Witte. Fey heeft teveel last van zijn meniscus om door te kunnen gaan.

Water speelt eveneens een belangrijke rol bij de quatrothlon langs de Sommeltjesweg. Het parcours bestaat uit waden door de sloot, met de mond een speelgoedautootje vooruit blazen, met flippers om de voeten langs de sloot rennen en hoepelen met een fietswiel. Waar ze dat laatste vandaan halen, mogen de deelnemers helemaal zelf uitzoeken. ‘Op een gegeven moment stonden hier drie fietsen zonder voorwiel op een rijtje’, vertelt begeleider Victor Zuydweg. ‘Bij mountainbikes zijn ze gemakkelijk eruit te halen, bij tandems gaat het een stuk lastiger. Maar er word onderling ook veel uitgewisseld.’ Ab Witte, die samen met zijn dochters een team vormt, legt het hoepelparcours soepel en in een hoog tempo af. ‘Dat hebben we vroeger nog op school geleerd’, roept hij in het voorbijgaan naar omstanders. ‘Kun je meteen zien hoe oud ik ben.’

Bij Seed and Oils van de gebroeders De Wit aan de Laagwaalderweg duiken de deelnemers het laboratorium in om de zuurgraad van oliemonsters te meten, er worden aquarels gemaakt van het landschap nabij hoeve Plassendaal, bij hotel Rebecca wordt croquet gespeeld met basketballen en aan de Westerboersweg wordt met tennisballen op nagemaakte grauwe ganzen gegooid. Petra de Vries, Jeannette ter Steege, Jeanet Graaf en Angeline Tjepkema zijn net klaar met de ganzen als een fikse regenbui losbarst. Een aanbod om even in de keet te schuilen wordt van de hand gewezen. ‘Zijn we Wampexers of niet’, zegt De Vries resoluut, waarna het groepje in de stromende regen naar de Agneshoeve vertrekt.

Op het oude veld van SV Texel in Den Burg komt bij menig ploeg de vermoeidheid boven drijven in een simpele opdracht van het vierde en laatste blok. Het enige wat de ploegen er hoeven te doen is met een handmaaier hun groepsnummer in het gras te maaien. ‘Maar er zijn er veel die dat in spiegelbeeld of op zijn kop doen’, vertelt begeleider Dirk Eelman. ‘Bij een groepje maakte ik het grapje dat ze een zes in plaats van een negen hadden gemaaid. Een flauw grapje, maar er begon me er toch een te reageren.’

Een nieuw nat pak kan gehaald worden in de vijver achter de Schoudieck. Met een houten vlot maken de deelnemers de oversteek naar een rubberbootje waar ze vijf sportvragen beantwoorden. Met de voeten peddelend in het koude water wordt de tocht gemaakt. Eva van Zoonen springt als enige met kleren en al op het vlot en gebruikt een houten balk om te roeien. Droog bereikt ze de rubberboot.

Ingewikkeld is de puzzel van nummers op lantaarnpalen die leidt naar de schuur van bureau Zandbank aan de Abbewaal. Bovenin de daar opgestelde klimwand ligt een wiskundig probleem te wachten. Hilariteit is er in de huiskamer van Riet Pansier aan de Waalderstraat, waar ‘de thuiskapper’ is gevestigd. De deelnemers knippen en verven er elkaars haren. Kaalscheren levert de meeste punten op. ‘Ik moet van de week nog naar klanten’, zegt Kasper van Kraaij opeens, terwijl Mariken van der Laan hem met de tondeuse al half kaal heeft. ‘Kun je tegelijkertijd met stropdas en een pet op lopen?’ Ab-Jan Witte heeft zijn haardos al laten verwijderen door Dirk Eelman, voordat hij zich bedenkt dat zijn ouders binnenkort hun veertigjarige bruiloft vieren. Op zijn voorhoofd is met haarverf groot het logo van de Wampex aangebracht. De verf bestaat overigens uit kindergel die met een wasbeurt goed te verwijderen moet zijn. Johan Zijm wordt voor de helft kaalgeschoren. Daarna houden zijn teamgenoten ermee op, omdat ze een halve haardos ook wel mooi vinden.

Nanning Kikkert laat zich volledig kaalscheren. Door Wally van Beek wordt dat later aangewezen als hét verschil tussen zijn team en de nummer twee in het eindklassement. ‘Dat heeft die paar punten extra opgeleverd, waardoor we hebben gewonnen.’ De nummers twee, Immetje Duin, Jeroen van der Sar, Maroes Albers en Bonne Klein Woolthuis, eindigen met drie punten minder. Van Sijp, Oskam, Kersten en Hopman worden derde.

De overwinning van de gebroeders Van Beek en Kikkert is een verrassing. In het algemeen klassement staan ze vanaf blok één gemiddeld op de vijfde, zesde plaats, maar in het laatste blok pakken ze veel punten door goed te blijven samenwerken. Van Beek: ‘De goede teams komen wel allemaal wel op de juiste locaties, dus wil je beter zijn dan de anderen, dan moet je het hebben van de doe-opdrachten. En je moet natuurlijk een beetje geluk hebben.’

Het team Van Beek/Kikkert krijgt in manege Akenburg aan de Akenbuurt uit handen van oud-winnaar en sportambtenaar Gert Pansier de wisselbeker. Wally van Beek gebruikt de gelegenheid om een voor zijn team gevoelige zaak uit 1999 recht te zetten. Toen wonnen zij de Wampex ook al, maar die editie werd bestempeld als ‘Wampex voor watjes’, omdat het zulk mooi weer was geweest. Volgens Van Beek is hen dat lang blijven achtervolgen. Deze keer was het zeker geen ‘Wampex voor watjes’. Van Beek kwalificeert hem zelf als middelmatig. ‘Qua weer was het makkelijk, maar er waren veel doe-opdrachten bij met veel water. Maar Jan ligt er al bijna in als hij al water ziet en zulke moet je er bij hebben.’ Voor Kikkert is het de vierde keer dat hij winnaar is van de Wampex. In 1988 en 1989 won hij ook al met andere teams.

Foto's 2003